De mythe van Het Nieuwe Werken bevestigd… op onderdelen!
Iedere blog of krant besteedt aandacht aan Het Nieuwe Werken. In korte artikelen schermen de auteurs met gepercipieerde of daadwerkelijke voor- en nadelen. Maar vaak zijn deze gebaseerd op aannames. Soms nog op een enkele case. In veel artikelen ontbreekt dus een degelijke onderbouwing. Dit maakt het lastig maakt om een echte mening te vormen.
Neem tijd- en plaatsonafhankelijk werken, ook wel virtualiteit genoemd, een niet onbelangrijk aspect van Het Nieuwe Werken. Wat doet tijd- en plaatsonafhankelijk werken nu echt met bijvoorbeeld teamwerk? Nemen de prestaties van het team toe of juist af? En wat betekent virtueel samenwerken voor het leiderschap in een team?
Het kost niet veel moeite antwoorden op deze vragen te vinden als we samenwerken eerst uiteenzetten in verschillende aspecten – zoals effectiviteit, efficiëntie en cultuur. Daarna hoeven we alleen nog op zoek te gaan naar wetenschappelijk bewezen invloeden van virtualiteit op deze aspecten. Dat kan uitstekend in de psychologie en sociale wetenschappen.
Samenwerken
Voor het beschouwen van het concept samenwerken kunnen we ons het best wenden tot een model van LaFasto en Larson (2001). Het beschrijft vijf invalshoeken om naar teamwerk te kijken.

Tijd- en plaatsonafhankelijkheid
De vervolgvraag is: hoe worden al deze aspecten beïnvloed door tijd- en plaatsonafhankelijkheid – dus door virtueel samenwerken via het internet? Aan de hand van wetenschappelijke bronnen wil ik daar een antwoord op geven. Het eerste niveau om naar teamwerk te kijken is dat van de individuele eigenschappen en gedrag. De eigenschappen van medewerkers (competenties, ervaring) staan vast en worden niet beïnvloed door tijd- en plaatsonafhankelijkheid. Maar het gedrag wordt dat zeker wel.
LaFasto en Larson leggen gedrag uiteen in openheid, persoonlijke stijl en ondersteuning, zaken die allemaal negatief worden beïnvloed door virtualiteit. Teamleden worden namelijk minder open en bekommeren zich dan minder om elkaar (Postmes & Lea, 2000). Daarbij vinden ze de communicatie ook minder oprecht en gemeend (Joinson, 2003).
Relaties
Het tweede aspect van teamwerk is de relatie tussen de teamleden. Deze zijn minder hecht in teams die tijd- en plaatsonafhankelijk samenwerken. Binnen dergelijke teams blijven relaties meer oppervlakkig (Bhappu & Crews, 2005) en blijft het onderling vertrouwen lager (Hung, Dennis & Robert, 2004).
Het is echter niet bewezen dat virtueel samenwerken leidt tot meer of minder effectiviteit (kwaliteit van het teamresultaat). Net als reguliere teams wordt de effectiviteit vooral bepaald door de mate waarin teamleden elkaar goede feedback geven (Wong & Burton, 2000). Wel is bewezen dat tijd- en plaatsonafhankelijk werken meer efficiënt is. Omwille van het oppervlakkige, virtuele contact vervallen de teamleden namelijk minder snel in niet-relevante gesprekken en discussies (Anderson-Crider & Ganesh, 2003).
Leiderschap
In tijd- en plaatsonafhankelijke teams bestaat evenveel behoefte aan een leider als in tijd- en plaatsafhankelijke teams (Cascio & Shurgaylo, 2003). Deze leider moet het gedrag van het team evalueren, en waar nodig bijsturen. Gezien de specifieke eigenschappen van virtueel samenwerken vereist het team wel een ander soort sturen. Door de grotere afstand tussen leider en teamlid moeten duidelijkere resultaatafspraken worden gemaakt. En door de grotere afstanden tussen de teamleden moet de leider vooral aansturen op het verbeteren van de onderlinge relaties – en minder op effectiviteit en efficiëntie.
Ten slotte heeft een team een plaats in een organisatorische contex. Deze uit zich in de fysieke werkomgeving, bedrijfscultuur en (ongeschreven) gedragsregels (DeSanctis & Poole, 1994). In teams die virtueel samenwerken wordt deze omgeving minder prominent of zelfs niet gedeeld door de teamleden. Deze teamleden voelen zich dan ook bewezen minder verbonden met het team en het teamresultaat.
De mythe bevestigd… op onderdelen!
De belangrijkste vraag is nu natuurlijk: komt het wetenschappelijk bewijs wel overeen met de heersende opvattingen? Worden de gepercipieerde voor- en nadelen van tijd- en plaatsonafhankelijk werken bevestigd? Gelukkig is dit inderdaad het geval: er is wetenschappelijk bewijs voor de stellingen dat deze nieuwe manier van samenwerken ten koste gaat van het gedrag en persoonlijke relaties – en (dus) ook een ander leiderschap vereist.
En er is eveneens wetenschappelijk bewijs voor de stelling dat teams die op nieuwe manieren samenwerken meer efficiënt zijn dan traditionele teams. We moeten echter wel een belangrijke mythe ontkrachten: er is geen wetenschappelijk bewijs voor de aanname dat plaats- en tijdonafhankelijk werken bijdraagt aan de effectiviteit van teams.
De wetenschap bevestigt dus veel aannames, ervaringen en onderbuikgevoelens met betrekking tot virtueel samenwerken. Maar hoe zit dit voor al die andere interessante aspecten als dienend leiderschap, de effecten van HNW op filedruk, werk/privé-balans, Return On Investement en de zelfredzaamheid van medewerkers?



