Kennisdelen: hoe doen we dat bij Het Nieuwe Werken?

roos-wouters
Door Roos Wouters van - 11 december 2012
2 Reacties

Kennis delen en Het Nieuwe WerkenHet Nieuwe Werken staat voor plaats- en/of tijd onafhankelijk werken, maar hoe zorg je dat medewerkers hun kennis (blijven) delen als ze niet bij elkaar op kantoor zitten?

Vroeger stond kennis voor macht. Tegenwoordig heeft vrijwel iedereen toegang tot internet en daarmee tot alle kennis van de wereld. Het heeft dan ook geen zin meer om kennis voor je te houden. Sterker: complexe vraagstukken worden sneller en beter opgelost met de kennis van anderen. De ‘wisdom of crowds’ blijkt uiterst effectief. Hoe meer mensen meedenken, hoe beter het resultaat.

Kennis delen

Kennis groeit en krijgt waarde door sociale interactie. Je kunt elkaar met kennis inspireren, aanvullen, stimuleren en voor valkuilen behoeden. Sommige HNW-experts zijn daarom van mening dat HNW niet bij plaats- en tijdonafhankelijk werken begint, maar bij kennisdeling. Hoe meer je met elkaar deelt, hoe rijker je wordt, en daar vloeit Het Nieuwe Werken vanzelf uit voort.

Stond het oude arbeidsethos voor ‘aanwezigheid’ en ‘doen wat de baas zegt’, HNW kent eerder een netwerkethos. In sociale netwerken is iedereen, ongeacht positie, rechtstreeks benaderbaar. Wie kennis aan het netwerk toevoegt, verrijkt de waarde van dat netwerk en mag rekenen op de gunst van anderen. Zo wordt delen vermenigvuldigen.

Kennisdeling stimuleren

Het stimuleren van kennisdeling wordt vaak gezien als een IT-kunstje. Toch leiden IT-faciliteiten niet direct tot kennisdeling. Technologische middelen scheppen de voorwaarden voor online kennisdeling, maar belangrijker zijn de sociale en organisatorische omstandigheden. Wordt een bijdrage aan het netwerk gekoppeld aan hiërarchie, of word je erop afgerekend, dan zal geen technisch foefje ter wereld leiden tot kennisdeling.

Mensen gaan pas kennisdelen als ze de voordelen daarvan inzien, als kennis als een collectief goed wordt gezien, en degene die daaraan bijdraagt op waardering kan rekenen, ‘Vertrouwen’ is niet voor niets onlosmakelijk aan Het Nieuwe Werken verbonden. Voelen mensen zich veilig, dan zullen ze creatieve, vernieuwende ideeën in de groep gooien. Is de organisatiecultuur gebaseerd op controle en wantrouwen, dan zullen mensen alleen voor de hand liggende kennis delen. Kortom, doe je wat je deed, dan krijg je wat je kreeg. En daar is niets innovatiefs aan.

Eitje tikken

Het is van belang de collectieve ambities van een netwerk te verkennen. Dit kan prima virtueel. Maar de meesten geven de voorkeur aan face-to-face ontmoetingen. Deze hoeven niet altijd functioneel te zijn. Liever niet zelfs. Zo kan het gebrek aan een kantoor ervoor zorgen dat je collega’s alleen nog maar op afspraak ontmoet en informele ‘wandelgangen-kennis’ misloopt. Een wekelijkse of maandelijkse kennislunch/diner, of een ‘maandagochtendgebed’ kan daarvoor uitkomst bieden.

Het Nieuwe Werken en harde noten krakenToch wordt kennis niet vanzelfsprekend gedeeld als we elkaar wel regelmatig ontmoeten. Hoe beter we elkaar kennen, hoe moeilijker het wordt elkaar aan te spreken. Dan is het juist van belang om een situatie te creëren waarbij positieve en constructieve feedback kan worden uitgewisseld. Zo bestaat er een organisatie waar de paaslunch de voorwaarde schepte om goedlachs een paar harde noten te kraken, oftewel: ‘eitjes te tikken’. Sindsdien organiseren de medewerkers hier sessies ‘eitjes tikken’.

Kenniskampioen

Het kan helpen als een manager vraagstukken voorlegt waarmee hij kampt. Wanneer managers anderen publiekelijk uitnodigen om mee te denken en feedback te geven – en daar ook echt wat mee doen! – dan kan dat een cultuuromslag teweegbrengen.

Verwacht alleen niet dat kennis meteen rijkelijk vloeit als je bovengenoemde tips hebt opgevolgd. Het heeft tijd nodig om on- en offline gemeenschappen te creëren waarin delen als vermenigvuldigen wordt ervaren. Sommigen proberen de tijd een handje te helpen door de omgeving zodanig aan te passen dat ouderwetse hiërarchische verhoudingen sneller vervagen: glijbanen en steps worden gebruikt om de kloof tussen medewerker en management te dichten. Want: zou het gesprek met een leidinggevende hetzelfde van toon zijn, als deze langs je bureau komt steppen? Of glijden?

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Is de cultuur van je organisatie hardnekkig ouderwets, en blijft kennisdelen kennis zenden, dan is het van belang om je eigen gemeenschap of netwerk te creëren. Er zijn altijd wel mensen te vinden die mee willen ‘muiten’ om het roer om te gooien. En vind je ze niet binnen je eigen organisatie of departement, zoek dan gewoon aansluiting met medemuiters daar buiten. Hoe meer plezier en inspiratie je met zo’n netwerk beleeft, hoe aantrekkelijker het netwerk voor anderen wordt. Wat burgerlijke ongehoorzaamheid kan soms de basis vormen voor het delen en verrijken van elkaars kennis.

Deze kennis werd gedeeld door dertien gasten van het derde Nieuwe Werken WerkDiner van stichting Het Nieuwe Werken Werkt

Deel dit artikel met anderen
Roos Wouters -
Roos Wouters is politicoloog en Sociaal Entrepreneur. Ze geeft al meer dan zeven jaar adviezen, trainingen en lezingen aan overheid en bedrijfsleven over arbeid- en organisatievernieuwing. Zij richt zich met name op de gedragskant van Het Nieuwe Werken. Ook heeft Roos het samenwerkingsverband Het Nieuwe Werken Werkt opgericht dat Het Nieuwe Werken wil bevorderen. Hiervoor heeft ze de Nieuwe Werken Meter ontwikkeld die in 2014 de Aanmoedigingsprijs van Movisie heeft ontvangen! Verder werkt Roos als buiten-promovenda (UvA) aan haar promotieonderzoek over vernieuwing van het sociaal zekerheidstelsel en de kansen van een Burger Service Model.
Wat zijn uw gedachten over dit onderwerp? Deel ze hieronder met andere lezers!

2 reacties


    E Devente zegt:

    Ik ben zowiezo niet van mening, dat vrouwen werkelijk meester van de toestand zijn, maar dat het feminisme, net als andere politieke bewegingen als bijv. ecologisme, alleen daarom succesvol zijn, omdat zij niet, zoals bijv. de conservatieve beweging, van bovenaf hindernissen in de weg gelegd krijgen. Men vertelt de mensen iets over democratie en ‘met engagement kan men iets bereiken’, maar het meepraten van het eenvoudige volk is alleen mogelijk, wanneer dit van bovenaf toegestaan wordt. In zoverre is er geen vrijheid in de keuze voor politieke activiteiten. Wie ecologisch denkt, in de zin van de wereldwijde klimaatgodsdienst, kan hogerop komen. Wie zich inzet voor behoud van de culturele substantie van het eigen volk wordt in de extreemrechtse marge gedwongen, moet ermee rekenen, dat zijn toegetakelde lijk op een dag in een gemanipuleerd autowrak wordt gevonden.

    E Devente zegt:

    ‘Hoe meer mensen meedenken, hoe beter het resultaat’ (Roos)

    ‘Vrouwelijke’ pluspunten als empathie, zachtmoedigheid en geweldloosheid hebben betekenis in de maatschappelijke microkosmos, voorzover ze een klimaat van liefde en acceptatie kunnen bewerkstelligen. Dat is geen macho-achtige inperking van vrouwelijk machtsstreven, tenminste, niet wanneer men dit niet dwangmatig meent te moeten geloven. In de staat echter, die op grond van zijn loutere bestaansreden met geweld moet omgaan, hebben vrouwen niets te zoeken, wanneer die staat duurzaam moet functioneren en allen gelijkmatig moet beschermen.
    In posities, waar de collectieve zekerheid niet geraakt kan worden, bijv. op de scholen, in de geneeskunde of in de private economie, is er minder aanleiding of noodzaak, de invloed van vrouwen te begrenzen.