Kenniswerk Kan Twintig Procent Goedkoper!
Er is het afgelopen jaar veel geschreven over het Nieuwe Werken en Enterprise 2.0. Het zijn nieuwe ontwikkelingen waar veel van verwacht wordt. Enerzijds is er de behoefte om kenniswerkers innovatiever en efficiënter te laten zijn. Anderzijds is het een reactie op de verwachtingen van een nieuwe generatie die de arbeidsmarkt betreedt. Om de huidige situatie en het verbeterpotentieel van het Nieuwe Werken in kaart te brengen, heeft KBenP een marktonderzoek opgestart.
Het marktonderzoek brengt in kaart waar de mogelijke verbeteringen in de productiviteit bij organisaties kunnen worden gevonden. Daarnaast brengt het in kaart wat de stand van zaken is ten aanzien van de adoptie van “2.0-technologieën” en van cultuurelementen die aan het Nieuwe Werken zijn gekoppeld. Door de prestaties van de respondenten te koppelen aan technologie en cultuur, zijn best practices geïdentificeerd.
De conclusies van het onderzoek
De effectiviteit waarmee organisaties met hun kennis en kenniswerkers omgaan is zeer divers. Er is voor veel organisaties een grote verbetering te bereiken door zich te meten aan de benchmark, die uit dit marktonderzoek is voortgekomen.
Uit het onderzoek blijkt dat per kenniswerker in totaal bijna 18 uur per week besteed wordt aan niet-kenniswerk. Dat is meer dan 40% van de werkweek. Het ordenen en opslaan van informatie kost 3 uur per week. Niet-kennis taken zoals management en administratie vragen 5 uur per week. Het zoeken naar informatie kost nog eens 5 uur per week. Tenslotte wordt nog eens 5 uur per week besteed aan kenniswerk dat al eerder binnen de eigen organisatie is uitgevoerd, maar waar de kenniswerker niet van op de hoogte was.
Nu is het te kort door de bocht om te veronderstellen dat deze 18 uur per week geheel weggenomen kan worden. Daarom is gekeken naar de 25% van de organisaties die op dit punt het beste presteerden. En deze best presterende organisaties besteden minder dan 9 uur per week aan deze zaken. Dit betekent dus dat het aantal uren dat verloren gaat gehalveerd kan worden. Het betekent een besparingspotentieel van meer dan twintig procent.
Een tweede indicator is het delen van kennis. Om kennis effectief te kunnen delen, worden hier de volgende eisen aan gesteld:
- De kennis moet expliciet gemaakt zijn, in tegenstelling tot “tussen de oren” blijven;
- De expliciete kennis moet toegankelijk zijn voor anderen, en
- De toegankelijke kennis moet gemakkelijk vindbaar zijn.
Uit het onderzoek blijkt dat slechts 8% van de kennis op deze wijze met collega’s wordt gedeeld. Ook hier kan dit het best vergeleken worden met de 25% best-in-class organisaties. Zij delen meer dan het drievoudige, zo’n 26% van de kennis. Dat is meer dan een verdrievoudiging.
Het toepassen van technologieën om kennis te delen kan een belangrijke bijdrage leveren aan de effectiviteit van de kenniswerker. Daarnaast is er ook een duidelijke relatie gevonden tussen de cultuur van kennisdelen en samenwerken en de effectiviteit van de kenniswerker. De belangrijkste motivatie hierin is de beleving dat kennisdelen en samenwerken de carrière positief beïnvloeden.
Het volledige rapport van het marktonderzoek is hier te bekijken.



