Zelfstandig ondernemerschap, met of zonder risico?
Bij Het Nieuwe Werken wordt ZZP’ers vaak een belangrijke rol toegedicht. Er zijn diverse publicaties gedaan, waarin werd gesteld dat ZZP’ers een bepalende rol zullen spelen. Ze vormen de flexibele schil rondom organisaties en bedrijven, concentreren zich als zwermen rond opdrachten en projecten en richten zich op die projecten die voor hen een toegevoegde waarde bieden. Loondienst is volgens hen uit en ’oud denken’. De flexibilisering van de arbeidsmarkt zal volgens deze zienswijze ervoor zorgen dat nog meer mensen voor het zelfstandig ondernemerschap kiezen.
De praktijk is vooralsnog weerbarstiger. Ondanks een record aantal inschrijvingen bij de Kamers van Koophandel, van eenmansbedrijven en – bedrijfjes hebben veel ZZP’ers momenteel de economische wind tegen. De SP pleitte onlangs al voor maatregelen om ZZP’ers in nood te hulp te schieten. Gisteren kwam demissionair minister van Financiën, Jan Kees de Jager, op het congres van het Platform Zelfstandig Ondernemers met de versoepeling van de zelfstandigenaftrek: het urencriterium van 1225 uren wordt aanzienlijk opgerekt.
Het is niet voor niets dat de beroepsgroep van ZZP’ers in de afgelopen jaren zo snel is gegroeid. Er zitten nu eenmaal een hoop voordelen aan: je eigen werkwijzen kunnen hanteren; financiële voordelen (hoger uurloon); meer flexibiliteit om je eigen tijd in te delen; je eigen opdrachten kiezen en aannemen en meer vrijheid en autonomie.
Zelfstandig ondernemerschap als bewuste keuze
Nu heb ik zelf alle respect voor die mensen die weloverwogen het ondernemerschap aangaan. Een ZZP’er is in mijn ogen wel degelijk een ondernemer. Hij of zij moet telkens nieuwe opdrachten verwerven, loopt risico’s, heeft geen recht op WW, dient zelf voor een oudedagsvoorziening te zorgen en loopt de kans ‘niet verlengd’ te worden, zodat de ZZP’er weer op zoek mag naar een andere uitdaging. Dat was tot oktober 2008 niet zo’n probleem voor diegene die de stap hadden gewaagd. De laatste anderhalf jaar gaat het dus wat minder voorspoedig met veel ZZP’ers.
Ondernemen zonder risico
Minder compassie heb ik met de ‘zelfstandige ondernemers’ die de stap maakten om zichzelf te verhuren aan het bedrijf of organisatie waar ze voorheen in loondienst waren. Veelal deden zij nog steeds hetzelfde werk, alleen voor dubbel zoveel geld. In veel gevallen zijn juist deze mensen in het afgelopen jaar de wacht aangezegd (of door ‘de baas’ gevraagd weer terug in loondienst te keren). Wie bewust voor zo’n constructie kiest, zal toch echt voor zichzelf moeten zorgen in mindere tijden, lijkt mij.
In dat perspectief is het natuurlijk best vreemd dat de grenzen die vooraf waren gesteld, nu – in verkiezingstijd – door demissionair minister De Jager worden opgerekt: ondernemen zonder risico (of in ieder geval met veel gunstiger voorwaarden). Aan de andere kant past dat natuurlijk helemaal in het beeld van de laatste tijd:
- risicovol sparen zonder risico (IceSave)
- risicovol bankieren zonder risico (Fortis, ABN AMRO, ING)
- risicovol besturen zonder risico (Bij een mislukte topfunctie, volgt vaak de gouden handdruk, bonus of wachtgeldregeling)
- een huis kopen met veel minder risico (met startersbonus of Nationale Hypotheek Garantie)
Niet iedereen is een zelfstandige ondernemer
Zelfkennis is een belangrijke eigenschap voor een ZZP’er, net als zelfvertrouwen, zelfstandigheid, zakelijkheid en zelfdiscipline. We kennen allemaal de voorbeelden van de startende ondernemer die zichzelf alvast een voorschot geeft op de winst en even de fiscus vergeet, met desastreuze gevolgen. Wie ‘s avonds niet kan slapen als hij of zij geen opdracht heeft, kan natuurlijk maar beter helemaal niet aan het avontuur beginnen.
Een hoop ZZP’ers zijn de afgelopen jaren aan hun ondernemerschap begonnen, na een reorganisatie bij hun bedrijf waarbij zij een behoorlijke afkoopsom hadden meegekregen. Of anderen omdat ze vanwege hun leeftijd of opleiding niet direct voor een baan in aanraking kwamen. Op deze blog beschreef Marianne Sturman onlangs nog een hele plausibele reden: veel werknemers willen inhoudelijk werk doen en zijn gekonkel en politieke spelletjes op de werkvloer zat. De vraag is inderdaad of dit alleen een stabiele basis is voor het zelfstandig ondernemerschap?
En nu, moet de overheid zelfstandig ondernemen aantrekkelijker maken?
Ben Tiggelaar schreef onlangs in zijn column in Intermediair ‘Ondernemerschap‘ dat er ‘vaak wordt gesteld dat dit land ondernemerschap nodig heeft en dat loondienst, een bedenksel uit de vorige eeuw, de norm is.’ Hij houdt in die column een pleidooi om het ondernemerschap aantrekkelijker te maken, om het fiscaal en juridisch makkelijker en leuker te maken, en werken in loondienst minder aantrekkelijk. ‘Wie nu als zelfstandige aan de slag wil moet keer op keer bewijzen dat hij of zij echt geen loondienst doet en komt met moeite aan een hypotheek’.
Daarin heeft hij een punt. Zolang loondienst de norm is en ons sociale stelsel – pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid - dit faciliteert, denk ik dat de werkelijke zwerm van ZZP’ers die voor een flexibele en dynamische economie zorgen, nog wel even op zich zal laten wachten.
De politiek en overheid zouden dus de juiste voorwaarden moeten creëren om het ondernemerschap van mensen optimaal te ondersteunen. Dat is natuurlijk wat anders, dan hen die bewust of in een moment van onoplettendheid voor het ZZP-schap hebben gekozen, te gaan pamperen.




